Wanneer genoeg, goed is

Koningsdag is voorbij. Alle kinderen mogen nu genieten van een week vakantie. Kunnen ze heerlijk spelen met de vondsten die ze hebben gedaan op de vrijmarkt afgelopen Koningsdag. Onze dochter heeft onder andere twee leesboekjes en een houten horloge gescoord. Totale kosten: 50 cent. Zelf heb ik ook nog wat leuke kleertjes, Little People en een draagzak en verzorgingstas voor een babypop kunnen vinden. Een leuke en zeker geslaagde dag. De Little People is toegevoegd aan de verzameling. De overige spullen zijn naar zolder gebracht. Waar ze blijven liggen tot een verjaardag, zwemdiploma of Sinterklaas.

Op zolder staat een kast waar in de loop van de tijd allemaal ‘cadeautjes’ in belanden. Zo spreid je de kosten over het hele jaar. En hoef je niet in november van alles in te gaan slaan, als het overal ontzettend druk is. Ook erg handig als het buurmeisje heel trots haar zwemdiploma komt showen. Er ligt dus van alles in de kast; babyspeelgoed, maar ook grotere (meisjes) speelgoed. Knutselmateriaal waar ze nog te klein voor zijn of een paar dozen clics die ze ergens bij hebben gekregen. Kleinigheidjes zoals een puzzel of stempels van de Action of alvast een Baby Born pop die ik na de kerst in de uitverkoop heb gekocht. Goede uitvinding, die 50% kortingen na de feestdagen. Zij zijn van het speelgoed af, en de kast hier wordt weer aangevuld.

Echter, als ik dan voor de kast sta, of zie hoe de verzameling little people gegroeid is. Vraag ik mezelf af of ik het allemaal wel goed doe, niet beter op een andere manier kan doen? Volgens mij een vraag die meer ouders zichzelf regelmatig zullen stellen. Willen we niet allemaal het beste voor ons kind?

"Children wants your presence, not your presents."

Voel ik me misschien een beetje schuldig, in hoeverre probeer ik ze niet te verwennen. Wanneer is er eigenlijk sprake van verwend zijn? Ik wil er namelijk altijd zijn voor mijn kinderen. Dat is ook een van de redenen waarom ik er voor kies om niet buitenshuis te werken. Koop ik het dan niet een beetje af met dit speelgoed, of de verzameling kleding die in de kast hangt? Zo zou ik gerust een maand niet voor ze te hoeven wassen, en nog iedere dag schone kleren kunnen aantrekken. Niet dat ik wil verwennen, ze hoeven echt geen prinsesjes of prinsjes gedrag te vertonen.


Er om vragen doen ze echter ook niet, daarvoor zijn ze nog te jong. Alhoewel, het woordje ‘die’ is bij onze dreumes al bekend. Dan staat ze bijvoorbeeld op haar teentjes voor de tv, en wijst ze aan wat ze wil hebben. Sinds kort is daar het zinnetje ‘van mij’ aan toegevoegd. Alles is van haar, zelfs mama of papa. En worden er twee armen om je heen geslagen. Als je vraagt of ze wilt eten. Loopt ze voor je uit naar de vriezer, opent deze en wijst op d la waar de ijsjes in liggen. Hoe ver ga je dan als ouder? Waar ligt het evenwicht? Wanneer is het genoeg?

Vandaag las ik een krantenartikel, die me aan het twijfelen brengt. Een artikel waarin een onderzoeker aan het woord is over het vrij laten spelen van kinderen. Volgens hem is de huidige generatie ouders teveel bezig met het pushen van onze kinderen in het bereiken van bepaalde prestaties. Of het nu gaat om het stimuleren om te glijden van een glijbaan (oeps, schuldig) of ze van de ene afspraak naar de andere te brengen (oeps, ook onze dochter ging naar muziek op schoot, zwemles en natuurlijk af en toe naar het mama café) of ze vragen hoeveel blokken er nu gestapeld zijn (oh oh, ook ik tel samen met haar de blokjes). Waardoor ze geen tijd meer krijgen om zichzelf te zijn. Zelf te mogen spelen. Of zich te vervelen en daarvan te leren.

Zelf zijn we heel erg voorstander voor het stimuleren van zelfredzaamheid bij kinderen. Ik ben dan ook heel blij dat onze dochter zelf boekjes kan lezen, of roept ‘helpen’ als iets haar niet lukt. Ze hulp nodig heeft. We laten haar wat dat betreft vrij. Als ze straks vijf jaar is mag ze naar de scouting. Ik geloof dat ze daar een goede bijdrage aan de ontwikkeling van de zelfredzaamheid leveren. Ik dacht dan ook altijd dat ze hier in huis veel vrij mogen spelen. Maar als ik de voorbeelden lees, val ik toch ook in de ‘nieuwe generatie ouders die pushen’. Terwijl ze toch echt zichzelf moet vermaken als ik e vaatwasser inruim, of als meneer dorst heeft. Ik ben er misschien wel, maar niet altijd 100% voor haar / hun alleen.

Als ik dan denk aan bovenstaand citaat, kinderen willen je aanwezigheid en niet je cadeautjes. En dat in het kader van het artikel vraag ik mezelf af waar het evenwicht ligt? Wanneer is het voldoende? En moet je wel een kast vol met speelgoed hebben voor je kind om zichzelf te vermaken? Vaak is de kartonnen doos waarin pakketjes worden bezorgd, de (belangrijke) papieren, of mama’s beker veel interessanter. Of wat dacht je van de slakken in de tuin. Of gewoon een leeg wc-rolletje. Misschien is dat dan ook het antwoord op de vraag die ik mezelf stel. Het evenwicht tussen heel veel speelgoed en aandacht geven. Ligt hem in de fantasie van het kind, en de ruimte die je daarvoor geeft.
Auteur: Linda
Foto's: Linda
Verschijningsdatum: dinsdag 6 mei 2014